doelstelling
historiediscussieplan elementenlaatste nieuwsopenbaarpractischlinksarchiefdigitale stad




Sociale veiligheid in Zuidpoort

"Rapport van bureau Ruim"

ir. M.J. van Dorst
ing. I. Bakker
Rotterdam
april 1999

INHOUDSOPGAVE

Inleiding

Onderzoeksopzet

Quick-Scan Zuidpoortgebied

De routes rond het Zuidpoortgebied
De routes door het Zuidpoortgebied
Winkelplein en cultuurplein
Functiemenging
Parkeren
Tot slot
Waar gaat het om bij sociale veiligheid (bijlage)




Inleiding

In opdracht van de belangenvereniging Zuidpoort Delft heeft bureau RUIM het schetsplan Zuidpoort getoetst op criteria van sociale veiligheid. De toetsing is gebaseerd op de presentatie van het ontwerp (inclusief maquette en werkdocument) op 23 februari 1999 en een schouwing van de locatie. Bij de toetsing is tevens gebruik gemaakt van het volgende materiaal:
  • Sociale Veiligheid Zuidelijke Binnenstad van Delft (oktober 1996); toetsing door bureau RUIM,
  • Schetsplan Zuidpoort (oktober 1997); uitgangspunten ontwikkeling Zuidpoort en schetsplan van Gunnar Daan Architectuur bv,
  • Sociale Veiligheid in Zuidpoort (december 1997); toetsing van het schetsplan van Gunnar Daan Architectuur bv door bureau RUIM,
  • Sociale veiligheid Delft - Zuidpoort (januari 1998); toetsing van het schetsplan van Gunnar Daan Architectuur bv door bureau RVDB.
Daarnaast heeft bureau RUIM ervaringskennis betreffende de Delftse situatie, onder andere opgedaan in verschillende (observatie)onderzoeken sociale veiligheid in opdracht van de gemeente Delft en de toenmalige woningbouwvereniging 'Hof van Delft'.
Het ontwerpproces onder leiding van AWG Bob van Reeth is nog in volle gang, de toetsing heeft daarom de vorm van een quick-scan. In tegenstelling tot een grondige plantoetsing ontbreken de interviews met ontwerpers, gebruikers en opdrachtgevers. Voor deze rapportage is er wel overleg geweest met de belangenvereniging Zuidpoort, de dienst Stadsontwikkeling en de MAB.


ONDERZOEKSOPZET

Telkens weer blijkt dat plekken met bepaalde ruimtelijke kenmerken onveilig zijn en/of onveiligheidsgevoelens oproepen.
Uit dit ervaringsfeit en door grondig onderzoek zijn de criteria voor sociale veiligheid ontwikkeld door Van der Voort en Van Wegen(1).
Deze criteria zijn geoperationaliseerd door Ruimte-Adviesbureau AREA en worden toegepast door bureau RUIM (zie bijlage ) bij plantoetsingen en toetsingen sociale veiligheid in de bestaande gebouwde omgeving. Een plantoetsing op sociale veiligheid geeft inzicht in de knelpunten van een ontwerp.
De onderzoeksvraag die hierbij centraal staat: Kan dit ontwerp - bij realisatie - tot sociaal onveilige situaties leiden? De quick-scan voor Zuidpoort geeft naast knelpunten ook een aantal aanbevelingen voor ontwerpverbeteringen.
Deze aanbevelingen zijn exemplarische voor de oplossingsrichting waarin gedacht moet worden en zijn bedoeld om het ontwerpteam te inspireren. De aanbevelingen dragen bij aan een sociaal veilig ontwerp voor Zuidpoort en hebben betrekking op het huidige ontwerpvoorstel of op de ontwerpbeslissingen die in de nabije toekomst gemaakt moeten worden.


(1): Voordt, D.J.M van der en H.B.R. van Wegen (1990). Sociaal Veilig Ontwerpen. Delft: OSPA - TUDelft.


QUICK-SCAN ZUIDPOORT

De routes rond het Zuidpoortgebied

Uit eerder onderzoek blijkt dat de bestaande zuidelijke binnenstad van Delft als onveilig wordt ervaren. Dit gebied kent verschillende onveilige plekken en een aantal sociaal onveilige routes, met name de onoverzichtelijkheid (smalle routes en verstopplekjes) en het gebrek aan sociale controle in dit gebied zijn aanwijsbare oorzaken(2) . In het Zuidpoortgebied zal dus rekening moeten worden gehouden met de inrichting van de looproutes van en naar de binnenstad. De noord - zuid routes verbinden de binnenstad met het O.V.station aan het 'voorplein'. De bereikbaarheid van het O.V.station in de avonduren is van essentieel belang voor het sociale leven van vele Delftenaren. In de avonduren wordt het bestaande winkelcentrum gemeden, zo ontstaat er een route Brabantse Turfmarkt (1) en een route Kruisstraat (2). Er zijn twee oost - west routes door het Zuidpoort gebied. De eerste verbindt het centrum (en Delft noord en west) via de St. Sebastiaansbrug met de TU wijk (3). De tweede route verbindt het centrum met de oostelijke wijken van Delft en met Delfgauw, via de Ezelsveldlaan (4). De routes staan in figuur 1.

(2) (Zie het rapport Sociale Veiligheid Zuidelijk Binnenstad van Delft, 1996)


Knelpunten en aanbevelingen:

  • De routes rond het Zuidpoortgebied worden gebruikt door fietsers en voetgangers die het winkelgebied in de avonduren vermijden. Voor de sociale veiligheid op het winkelplein en het cultuurplein en ter voorkoming van criminaliteit en vandalisme moet de route over het plein ook in de avonduren aantrekkelijk blijven. De gebruikers van de route zorgen immers voor de nodige sociale controle op het plein en in de toegangspoorten. Deze aanbeveling wordt verder uitgewerkt in paragraaf over de routes dóór het Zuidpoortgebied.
  • De route Brabantse Turfmarkt - voorplein (1) De Asvest is een overzichtelijk alternatief voor routes door de Veste, maar heeft meer een achterkanten-sfeer dan de route over het cultuurplein. Aandacht verdient hier de entree van de parkeergarage. Bij voorkeur kruist de entree-route voor autoverkeer niet de langzaamverkeersroute.
    Dit kan opgelost worden door de entree van de ondergrondse parkeergarage op afstand van de gevel te situeren (zie figuur 2).
  • De route Kruisstraat - voorplein (2) Los van de inrichting van het winkelplein zal een significant deel van de passanten de noord-zuidroute over het plein en door de Vestpoort, Bastiaanspoort en Pynepoort na sluitingstijd mijden. Dit vraagt een extra inspanning voor het creŽren van een veilige route langs veld 2, door de Kruisstraat naar het voorplein. Een belangrijk criterium wordt hier de sociale controle vanuit de woningen op de route. Wonen op maaiveld met zicht op deze route is in het ontwerp meegenomen voor veld 1 en veld 2 (Kruisstraat- zijde). Veld 7 krijgt op de begane grond een onbewoonde gevel. Voor de informele sociale controle is mede hierdoor wonen op maaiveld in veld 9 en 10 zeer aan te bevelen (zie figuur 3). Een knelpunt blijft dan nog de Kruisstraat ten hoogte van V&D. Hier kan de route zo breed mogelijk worden gehouden en moet elk zichtbelemmerend obstakel worden vermeden. Dit betekent dat de nieuwe gevel van V&D, maar ook de oostzijde van de straat, gevrijwaard moeten zijn van inhammen en nissen.
  • De route van en naar de TU wijk (3) Deze route loopt nu langs de gevel van het Hoogovens pand en is met name een fietsroute. Aangezien fietsers in Nederland geneigd zijn om de kortste route te kiezen zal hier van zelf een route over het winkelplein en het cultuurplein ontstaan. Voor sociale controle is dit wenselijk, maar moet met het oog op de verkeersveiligheid zorgvuldig worden ingepast.
  • De route door de Ezelsveldlaan (4) Deze route benadrukt het belang van het wonen in de blokken van veld 9. In het Zuidpoortgebied kan de route aansluiten op de route Kruisstraat of de route winkelplein - cultuurplein - Achterom.








De routes door het Zuidpoortgebied

In deze paragraaf wordt ingegaan op de toegankelijkheid van het gebied, het verblijfsklimaat van de beide pleinen komt aan bod. De routes over het winkelplein en het cultuurplein vormen belangrijke verbindingen voor voetgangers en fietsers . De kwaliteit van deze routes is afhankelijke van de verblijfskwaliteit van de pleinen op verschillende momenten van de dag en de toegankelijkheid van de pleinen. De zichtlijnen tussen de twee pleinen en tussen de pleinen en de ring buiten het Zuidpoortgebied (Gasthuislaan, Kruisstraat, voorplein, Zuiderstraat) is hierbij van belang. Overzichtelijke routes geven de gebruikers ook de mogelijkheid om op tijd een alternatieve route te kiezen. Een onoverzichtelijke route wordt vermeden en levert uiteindelijk een eenzijdige gebruikersgroep. Dit is vaak de groep die als potentiŽle daders of hangjongeren wordt getypeerd.

De routes over het winkelplein

De winkelroute zal na alle waarschijnlijkheid goed functioneren, maar in deze toetsing is met name gelet op het functioneren van het plein buiten winkeltijden. Op dat moment is het plein meer een onderdeel in een verkeersstructuur, dan een verblijfsgebied. Bob van Reeth stelt: "Pleinen worden door de wanden gemaakt". Vanuit gebruikersperspectief klopt dit voor de verblijfsfunctie, maar niet voor de verkeersfunctie. Buiten de openingstijden van de winkels geldt: het plein wordt door de mate van toegankelijkheid gemaakt. De markt van Delft is hierbij een goed voorbeeld; de veelheid aan mogelijke routes over en langs het plein en de korte of directe verbindingen(3) met de Oude Langedijk, de Voldersgracht en Camaretten maken de markt tot een toegankelijk plein dat ook na zonsondergang bruikbaar blijft. Pleinen met een minder centrale functie kunnen toch aan de nodige sociale controle komen doordat ze geschakeld zijn aan een doorgaande route. Zo functioneert de Beestenmarkt dankzij de route Burgwal - Kruisstraat.

(3): Een 'korte verbinding' heeft een lengte - breedte verhouding van ca. 2 : 1. Ter vergelijking; de Zuidpoort heeft in het huidige ontwerp een lengte - breedte verhouding van ca. 9 : 2. Voorbeelden van een 'directe verbinding': de hoek Markt - Oude Langedijk (naast de Nieuwe Kerk) en de hoek Beestenmarkt - Burgwal

Knelpunten en aanbevelingen:

  • De dimensionering van de toegangen tot het plein en het paviljoen op het plein beperken de visuele verbindingen tussen het winkelplein enerzijds en voorplein, cultuurplein, Kruisstraat en Gasthuislaan anderzijds. Voor de noord-zuidroute is het van belang dat de zuidelijke toegang wordt uitgewerkt tot een 'zuiderpoort' en niet als een smalle doorgang beleefd wordt. Deze beleving wordt niet alleen bepaald door de absolute lengte en breedte, maar juist door de lengte-breedte verhouding, de breedte-hoogte verhouding en de hoeveelheid gebruikers. De breedte is nu 8 meter,dit lijkt heel wat, maar in de avond wordt hier ook gefietst zonder gemarkeerde fietspaden(4) . Daarnaast is 8 meter weinig in relatie tot de hoogte (zie figuur 4) en de gevellengte.
    Een optimale lengte- breedte verhouding voor deze poort zal in een nadere studie bepaald moeten worden. Een overzichtelijke Zuidpoort heeft de voorkeur. Als hier niet voor gekozen wordt, is er een tweede optie; het creŽren van een alternatieve route zodat gebruikers tot op het laatste moment nog een keuze mogelijkheid hebben (zie figuur 5b). Ook de oostelijke toegang tot het plein (van en naar de Kruisstaat) is in verhouding tot de hoogte, de lengte en de bezonning smal.
  • De winkel-entrees in de 'zuiderpoort', op de hoeken met het voorplein (zie maquette) zijn naar achter geplaatst waardoor er potentiŽle hangplekken ontstaan(5) . Het is ongewenst om dit soort schuilplekken direct aan doorgaande routes te situeren. Eťn werkelijke hangplek in de 'zuiderpoort' kan de hele noord-zuidroute frustreren.
  • De verbinding cultuurplein - winkelplein In de huidige vormgeving is de zichtlijn tussen het cultuurplein en de oostelijke winkelplein entree gefrustreerd (zie figuur 5a). Ook vanuit de Vesterpoort of Bastiaanspoort is een omtrekkende beweging nodig naar de zuidkant van het winkelplein al voor er zicht op het cultuurplein is. Het is wenselijk dat de genoemde zichtlijn wordt hersteld. Overigens lijkt sociale veiligheid op dit punt samen te vallen de verkeersveiligheid. De verbinding zal naast overzicht ook ruimte moeten creŽren voor een wandelroute en fietsroute en een route voor laden en lossen.

(4) Hier wordt het principe van de Brabantse Turfmarkt toegepast, maar deze heeft een breder profiel en dus meer laveerruimte voor fietsers.
(5) Deze plekken zijn mede uitnodigend als verblijfsplekken door de nabijheid van de O.V. halte. Het is echter aan te raden om verblijfsplekken voor O.V. reizigers op afstand van de looproute te creeen zodat er geen conflicten tussen de verblijfsfunctie en de route kunnen ontstaan. In het geval dat het winkelcentrum structureel bezocht wordt door hangjongeren is het wenselijk om in overleg met deze jongeren een sociaal veilige hangplek te creeeren, los van de routes door het gebied.


Winkelplein en cultuurplein

In deze paragraaf wordt het verblijfsklimaat van deze twee pleinen besproken.
Het winkelplein
Het gebruik van het winkelplein is (na sluitingstijd van de winkels) afhankelijk van het functioneren van een horecafunctie in het paviljoen en de routes over het plein.
Knelpunten en aanbevelingen:

  • Het paviljoen kan bij goed gebruik extra sociale controle opleveren. Het paviljoen heeft echter ook een aantal nadelen: het plein lijkt in twee (ongelijke) delen te worden geknipt, waarbij het kleinste gedeelte (noord-zijde) een nieuwe stille straat in het gebied creŽert die geen achterkantensfeer mag krijgen. Het paviljoen frustreert verschillende zichtlijnen: de doorgang naar het cultuurplein vanuit de Bastiaanspoort is niet meer direct zichtbaar en toezicht vanuit de Haakpand-woningen op het plein wordt sterk beperkt.
  • De gevels van het plein en het paviljoen moeten in de architectonische uitwerking gevrijwaard blijven van nissen, portieken, vrijstaande kolommen en andere zichtbelemmerende obstakels. Dit is niet allen voor de overzichtelijkheid van de route, maar ook ter voorkoming van kleine criminaliteit en het ontstaan van plashoekjes voor horecabezoekers.
  • De twee trappen in de dichte hoeken van het plein (zuidzijde) zijn mogelijke zitplekken, dit mag niet conflicteren met het gebruik door de bewoners.

Het cultuurplein
De veiligheidsbeleving zal hier afhangen van de functies op de begane grond en de positionering van de woningen (zie par. 2.4).
Knelpunten en aanbevelingen:
  • Gelet op openingstijden is het aan te bevelen om de functies in de aanbouw Hoogovenspand (tussen cultuurplein en winkelplein) niet te beperken tot Kunsthal of Kunstuitleen en winkel-functies die zich aan de reguliere openingstijden houden (in het werkdocument wordt als voorbeeld een boekhandel aangehaald). Als alternatief kan gedacht worden aan functies die zowel overdag als 's avonds gebruikt worden door een breed publiek.

Functiemenging

Sociale onveiligheid is gerelateerd aan mono-functionele gebieden. Een mono-functioneel gebied is meestal maar een deel van de dag in gebruik, buiten deze tijden ontbreekt informele sociale controle en ontstaan onveilige situaties en kan criminaliteit optreden. Functiemenging is dus essentieel voor het creŽren van een levendig stuk stad. In Zuidpoort wordt een winkelgebied gecombineerd met de volgende functies:

Wonen
De aanwezigheid van de woonfunctie in een plangebied is een kwaliteit. In het schetsplan is het aantal functionele zichtlijnen vanuit de woningen echter sterk wisselend. De sociale controle moet voornamelijk op ooghoogte gebeuren. Waar dit niet mogelijk is moet het straatprofiel breed zijn en vanuit de woonkamers in de eerste bouwlaag moet zicht op straat mogelijk zijn. Een slechte relatie tussen winkelstraat en bovengelegen woningen is goed te ervaren in de Paradijspoort en de Achtersack.
Het wonen op veld 5 en op veld 7 heeft een belangrijke functie voor het cultuurplein, winkelplein, voorplein en Kruisstraat.
Knelpunten en aanbevelingen:

  • Het wonen aan het cultuurplein is nu minimaal. Het wonen op veld 5 kan hier voor een verbetering zorgen.
  • Het is aan te bevelen om wonen boven veld 7 dichter bij de straat te brengen, met name boven de doorgang winkelplein - Kruisstraat en aan de oost- en zuidgevel.
  • De woningen boven het Haakpand moeten niet de relatie met het winkelplein verliezen door dat het paviljoen het uitzicht van de bewoners gaat blokkeren.
  • Het wonen op veld 2 is reeds besproken.
  • Het huidige ontwerp maakt het wonen in de velden 9 en 10, dicht bij de straat, extra van belang.
  • De toegankelijk en de status van de entree-gebieden op veld 5 en 7 verdient aandacht: worden deze plekken semi-openbaar en wie gaat deze plekken beheren?

Bioscoop
Een bioscoop zorgt voor gebundelde bezoekersstromen van en naar het cultuurplein. De bezoekers regelen zo hun eigen informele sociale controle en zorgen meestal voor weinig overlast. Een bioscoop kan echter wel blinde gevels in de binnenstad introduceren.
Aanbeveling :

  • Blinden gevels zo veel mogelijk vermijden.
Horeca
Restaurants en Grand Cafťs kunnen de levendigheid van het gebied oprekken voorbij de sluitingstijd van de winkels tot het eind van de avond.
Aanbeveling:
  • Horeca die zowel overdag als 's avonds open is heeft de voorkeur. De Horeca kan zo een brug slaan tussen de verschillende gebruiksmomenten van het cultuurplein en het winkelplein.

Disco
"De doelgroep van een disco zorgt altijd voor enige overlast" (aldus J.Mossel van Politie Haaglanden, belast met de criminaliteitspreventie in Delft) Een disco is geen functie die de veiligheidsbeleving van de openbare ruimte vergroot. Daarnaast laat een disco zich slecht combineren met een winkelgebied. In een winkelgebied ontbreekt laat op de avond en 's nachts niet alleen informele sociale controle; ook de formele controle is beperkt. Deze situatie ontstaat doordat winkelstraten geen routes zijn die gebruikt worden door snelverkeer. Hierdoor kan politie niet onopgemerkt serveilleren en krijgen mogelijke vandalen meer bewegingsvrijheid.
Knelpunten en aanbevelingen:
  • De mate van overlast hangt af van de spreiding van de disco's door de stad. Een locatie onderzoek is hier gewenst(6).
  • De grootte en aard van de disco zal in dit stadium bepaald moeten worden. De vraag hierbij is of de disco een regionaal publiek(7) zal gaan aantrekken en of dit wenselijk is voor Delft.



(6)Bij een locatie-onderzoek wordt er niet alleen gekeken naar de doelgroep en mogelijke overlast op de locatie zelf, maar ook naar de looplijnen naar de andere twee disco's en de beheersbaarheid van het totale uitgaanscircuit.
(7)Disco's hebben tegenwoordig een regionale functie, het publiek beperkt zich niet meer tot de eigen gemeente. Jongeren uit Den Haag gaan naar de disco in Zoetermeer en jongeren uit Rotterdam gaan naar disco's in Hen Haag.

Parkeren

De bovengrondse parkeergarage (blok 3/7) is uit het plan verdwenen, dit is een positieve ontwikkeling. Al het parkeren gebeurt nu ondergronds. Helaas wordt ondergrondsparkeren nog geassocieerd met onoverzichtelijke, verlaten grijze betonconstructies en de stank van uitlaatgassen. De parkeergarage zal dus zeker om een extra inspanning vragen bij het sociaal veilig ontwerpen van het gebied.
Knelpunten en aanbevelingen:

  • Een entree voor auto's op maaiveld niveau in de gevel van blok 5 is ongewenst; deze zou een looproute en een fietsroute onderbreken. Beter is een entree, los van het gebouw (zie figuur 2).
  • In het stedebouwkundige plan zijn met name de entrees voor voetgangers van belang; de in- en uitgang zijn meestal de oorzaak van oriŽntatieproblemen(8). Bovengronds moet duidelijk zijn wat er ondergronds gebeurt; de entrees moeten dus prominent aanwezig zijn.

    (8)In aanvulling hierop: In de architectuur zijn recentelijk verschillende bruikbare ideeen gelanceerd waarin ondergronds parkeren bij de openbare ruimte wordt betrokken (het plan van O.M.A. voor Almere en het ontwerp van bureau B&B voor Etten-Leur).

Tot slot

De kracht van het plan is de attractiviteit en de zorgvuldigheid van het ontwerp; er is veel aandacht voor het verblijfsklimaat. Hierbij werkt de historische binnenstad als inspiratiebron en wordt het bestaande winkelgebied stedebouwkundig afgemaakt. De bestaande stad heeft echter ook negatieve kenmerken als het om sociale veiligheid gaat. Omsloten plekken en spannende steegjes worden al snel verstopplekjes en enge routes.
Deze quick-scan geeft inzicht in de knelpunten sociale veiligheid. Het oplossen van deze knelpunten is voor de bruikbaarheid van Zuidpoort van belang. Niet alleen de bruikbaarheid voor het winkel- en uitgaanspubliek, maar ook voor de bewoners, ondernemers en alle passanten; overdag en 's avonds. Het zijn immers de mensen die de leefbaarheid bepalen, het ontwerp is hierbij voorwaarde scheppend.

Belangrijkste aandachtspunten in het huidige schetsontwerp:

  • De bruikbaarheid van de routes door het gebied verdienen de nodige aandacht. Het gaat hierbij om de dimensionering van de straten en doorgangen, de toegankelijkheid van het winkelplein en de onderbroken zichtlijnen. Met name de routes van en naar de twee pleinen zullen nader bekeken moeten worden. Hierbij is de beleving op ooghoogte van groot belang. Het paviljoen zal in deze discussie betrokken moeten worden; het is niet wenselijk om een nieuwe stille straat in het gebied te introduceren.
  • Functiemenging Functies die in de avond gebruikt worden dragen bij aan de informele controle (zien en gezien worden). De uiteindelijke kwaliteit van deze functies zijn hierbij van groot belang. Voor een goede functiemenging zullen er dus duidelijke randvoorwaarden omschreven moeten worden voor het paviljoen en de aanbouw aan het haakpand (de verbinding cultuurplein - winkelplein). De woningen zorgen hierbij nog voor extra controle.

Voor het vervolg zijn de volgende aandachtspunten van belang:

  • Wonen in Zuidpoort Bij de verder invulling van het plangebied heeft wonen in de blokken 9 en 10 de voorkeur (zie ook het rapport van bureau RVDB). Bij de uitwerking van de velden 5 en 7 vragen de volgende zaken de aandacht: Waar en op welke wijze worden de semi-openbare ruimte op veld 5 en 7 ontsloten? Zijn deze gebieden alleen voor de bewoners en hoe worden deze beheerd? Welke looproutes leggen de bewoners af vanaf een parkeerplek, O.V. halte of fietsenstalling naar de voordeur? Parkeren deze bewoners in een grootschalige parkeergarage(9)?

    (9) Het Politiekeurmerk Veilig Wonen geeft als streefgetal voor ondergronds parkeren bij woningen een maximum van 50 auto's, bij voorkeur 10.

  • Het voorplein Er zal nagedacht moeten worden over het voorplein. Dit plein wordt sterk bepaald door ťťn wand en is met zijn O.V. station een verblijfsgebied. Wat voor verblijfsklimaat wordt hier gedacht?
  • De parkeergarage Een ondergrondse parkeergarage van deze omvang met verschillende gebruikersgroepen verdient zeker vervolg-onderzoek. Er zijn momenteel prestatie-eisen in ontwikkeling voor parkeergarages. Dit onderzoek wordt gecoŲrdineerd door het Centrum Ondergronds Bouwen. Voor de sociale veiligheid wordt hierbij ingegaan op de zichtbaarheid, de toegankelijkheid, duidelijke markering (territorialiteit) en attractiviteit. Dit zijn aandachtspunten voor autoroutes, looproutes door de garage en naar buiten, duidelijke entrees, toezichtruimten, betaalprocedures en onderhoud.
  • Fietsenstallingen Bij parkeren gaat het niet alleen over auto's; de situering van fietsenstallingen (bewaakt en onbewaakt) moet bij tijds in het ontwerp worden ingepast.
  • Tot slot is bij de inrichting van de openbare ruimte (straatmeubilair e.d.) de verlichting van groot belang voor de sociale veiligheid in het Zuidpoort gebied.


Bijlage
Waar gaat het om bij sociale veiligheid?

  • Op een plek, in een gebied, in of om een gebouw kan het feitelijk onveilig zijn: inbraak, vernielingen, mensen worden lastig gevallen of bedreigd. Dit is de objectieve sociale onveiligheid, de criminaliteit.
  • Maar mensen kunnen zich ergens onveilig voelen, ook zonder dat er daadwerkelijk iets gebeurt of is gebeurd. Deze subjectieve sociale onveiligheid staat in verband met persoonskenmerken.

Welke rol speelt de gebouwde omgeving?

  • Plekken die onveilig zijn en/of onveiligheidsgevoelens oproepen zijn herkenbaar. De ruimtelijke kenmerken van sociaal onveilige plekken maken een toetsing op sociale veiligheid van een gebouw, een buurt of een ontwerp mogelijk.

De criteria(10) voor het toetsen van een omgeving op (sociale) veiligheid:

  • controleerbaarheid (o.a. zichtlijnen, aanwezigheid formele- en/of informele controle)
  • zichtbaarheid (o.a. overzicht, verlichting)
  • zorgvuldige locatie- en functiekeuze (o.a. dag/nachtgebruik, zonering openbaar/privť, routing)
  • alternatieve routes (o.a. keuzemogelijkheden, toegankelijkheid, bewegwijzering)
  • attractiviteit (goed onderhouden, schoon, geen vandalismesporen, aangenaam kleur- en materiaalgebruik, etc.)
  • inbraak- en vandalismebestendigheid (bijv. materiaalgebruik, inrichting gevels, entrees)

De ruimtelijke analyse kan aangevuld worden met interviews met bewoners en gebruikers van de gebouwde omgeving en ontwerpers, beheerders en opdrachtgevers.

De ervaring wijst uit dat de aanpak van sociale onveiligheid leidt tot gebruikersvriendelijke gebouwen en een leefbare en beheersbare openbare ruimte.



(10) Hoek, L. van der, Ruimte-Adviesbureau AREA (1994), Handboek 'Ruimtelijke aanpak van sociale veiligheid en criminaliteitspreventie in de gemeentelijke practijk'. Bussum: Uitgeverij THOTH.


| doelstelling | historie | discussie | laatste nieuws |
| openbaar | practisch | links | archief |